Wimar Bolhuis

Econoom, wetenschapper en publicist

Dit toeslagenstelsel is een schuldenmachine

Een overheid die jaarlijks meer dan 15 miljard euro uitdeelt: het klinkt als een feest, maar dat is het niet. Veel Nederlanders hebben slechte ervaringen met toeslagen. Ruim 6 miljoen van de 8 miljoen huishoudens ontvangen er één of meer: de zorgtoeslag, de huurtoeslag, het kindgebondenbudget en de kinderopvangtoeslag. Zoveel mensen, zoveel wensen; een sollicitatie voor problemen.

De alarmbellen rinkelden afgelopen jaren al bij de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid én de Nationale Ombudsman. Rode draad in hun rapporten: “Het systeem is veel te complex voor de aanvragers en het verstrekken van toeslagenvoorschotten leidt tot financiële onzekerheid.” Oftewel, bij het maken zijn de beleidsmakers uitgegaan van superburgers die hun inkomsten een jaar vooruit goed inschatten en elke wijziging in hun huishoudenssituatie meteen doorgeven aan de Belastingdienst. Een sprookje.

Tot 13 juni 2019 was onduidelijk voor hoeveel problemen het sprookje precies zorgde. Maar toen publiceerde de Algemene Rekenkamer het onderzoek ‘Toeslagen terugbetalen’, waarin het systeem van 2012 tot en met 2017 werd doorgelicht. De conclusie is dat huishoudens 15 miljoen keer na afloop van het toeslagjaar hoorden dat ze voorschotten moesten terugbetalen. 15 miljoen! Het is gaat niet om een kleine groep kwetsbare burgers voor wie dit systeem te complex is. Het gaat om de gewone Nederlander.

En in 3,8 miljoen gevallen kwam dat terugbetaalbericht pas 2 tot 4 jaar ná het toeslagjaar! Dat is geen financiële onzekerheid. Dat is een verrassingsaanval.

De sociale gevolgen van het toeslagendrama voor individuen en gezinnen zijn groot. Ruim een half miljoen huishoudens doet er meer dan 2 jaar over om alle schulden af te lossen. Vooral lage inkomens en ouders die meerdere toeslagen moeten terugbetalen, komen flink in de penarie. Voor de meeste huishoudens gaat het om meer dan 10 procent van het netto maandinkomen. Zo geeft de Belastingdienst mensen in een wankele financiële positie een zetje richting schulden.

Hoewel minder belangrijk, zijn er ook negatieve gevolgen voor de overheid. Nieuwsuur berichtte dat 806 miljoen euro aan toeslagengeld sowieso al afgeschreven is en de Belastingdienst nog 1,5 miljard terugzoekt. Maar zorgwekkender is dat de overheid door de terugvordering van toeslagen bekend staat als een belangrijke – zo niet de belangrijkste – veroorzaker van schuldenproblemen onder Nederlanders. Niet de helper, maar de ‘bad guy’. Het toeslagenstelsel als een schuldenmachine.

Het is een onhoudbare situatie. De Algemene Rekenkamer adviseert nu om het ‘huishoudperspectief’ centraal te stellen. De Belastingdienst moet meer rekening houden met de terugbetalingsduur van een toeslagschuld voor een huishouden en met de relatieve hoogte van een schuld ten opzichte van het huishoudinkomen. Begrijpelijke aanbevelingen.

Toch blijft het gerommel in de marge. Het blijft boetseren van een complex toeslagenstelsel gebaseerd op onjuiste veronderstellingen over superburgers. Omdat dit voor het ‘uitvoeringsperspectief’ van de Belastingdienst gemakkelijker was én gemakkelijker blijft.

De Rekenkamer schreef de belangrijkste aanbeveling in mijn ogen niet op. Het belasting- en toeslagenstelsel moet bovenaan de agenda van de volgende kabinetsformatie. Verlaag de belastingen van burgers, zodat het aantal en de hoogte van toeslagen naar beneden kan. Verminder de in rekening gebrachte kosten aan huurders, verzekerden en ouders, zodat toeslagen minder nodig zijn. Maak toeslagen direct aan woningcorporaties, zorgverzekeraars en kinderopvangcentra over, zodat het financiële risico voor huishoudens daalt.

Deze schuldenmachine moet echt worden gerepareerd of gewoonweg vervangen.

«
»