Wimar Bolhuis

Econoom, wetenschapper en publicist

De staat sponsort uw vliegvakantie

De zomermaanden zijn begonnen, dus we stappen weer massaal in het vliegtuig. Op vakantie naar verre en minder verre oorden. Lekker natuurlijk. Maar wat weet u over het realisme van de prijs van uw vliegticket? Is het een prijs waarmee de negatieve milieueffecten, klimaatgevolgen en geluidshinder gecompenseerd kunnen worden?

In de verste verte niet. Uw vliegvakantie is een koopje.

Internationale vluchten krijgen grote kortingen op standaardbelastingen, waardoor wij als reizigers minder geld kwijt zijn. Zo ontvangen luchtvaartuigen jaarlijks ruim 2 miljard euro vrijstelling van accijns op hun brandstof – kerosine. Het is de grootste belastingkorting die onze staat uitdeelt.

Een ‘verplichte’ overigens, door het in 1944 in Chicago gesloten verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart dat commercieel vliegen tussen landen wilde stimuleren. Het evaluatierapport Belastinguitgaven op het terrein van de accijnzen uit 2009 zei het eens mooi: “De accijnsvrijstelling voor luchtvaartuigen heeft tot gevolg dat de sector ten aanzien van de heffing van accijnzen in een voordelige positie verkeert ten opzichte van andere vervoersmodaliteiten zoals de weg en het spoor.”

“Het is de grootste belastingkorting die onze staat uitdeelt.”

Daarnaast heft de staat een symbolisch btw-tarief van 0 procent op internationale vliegtickets. Over de kosten (van de brandstof) van een auto, bus of trein wordt 21 procent btw of het lagere 9 procent btw gevraagd. Er zijn berekeningen dat intercontinentale vliegtickets bijna de helft duurder zouden worden als wel btw en accijns wordt betaald en de CO2-uitstoot echt belast.

Mede door deze fiscale voorsprong op de auto, bus en trein is het volstrekt logisch dat het aantal vluchten blijft stijgen. Sinds het ‘crisisjaar’ 2009 ligt het aantal passagiers in Nederland ongeveer twee derde hoger (!). En in 2019 zijn er 20 procent meer passagiers dan in 2018. We vliegen meer dan ooit. De CO2-uitstoot van Nederlandse vliegtuigen in Europa steeg de afgelopen vijf jaar dan ook flink. In bijna alle andere sectoren daalde de uitstoot juist.

Vluchten en uitstoot verminderen gaat volgens wetenschappers het beste door vliegen echt duurder te maken. De prijs van het ticket is de belangrijkste overweging van een consument.

“Dat wordt politiek vuurwerk. Want er zijn maar twee opties: een hogere belasting op internationaal vliegen of een hogere subsidie voor internationaal treinen. ”

Interessant was daarom dat de luchtvaart ‘vanwege het grensoverschrijdende karakter’ geen maatregelen opgelegd kreeg in het Klimaatakkoord. Er stond alleen deze zin: “De Rijksoverheid en NS doen in 2019 een onderzoek naar gelijkwaardige omstandigheden in relatie tot de prijs van internationaal vliegen en treinen tot en met 700 km.” Dat wordt politiek vuurwerk. Want er zijn maar twee opties: een hogere belasting op internationaal vliegen of een hogere subsidie voor internationaal treinen.

Gelukkig heeft onze regering al het (goede) voornemen om per 2021 een nationale vliegbelasting in te voeren. Naar verwachting gaat het om 7 euro per ticket. De jaarlijkse opbrengst voor de staat wordt geraamd op circa 200 miljoen euro. Een schijntje vergelijken met de miljarden euro’s fiscaal voordeel die nu op vluchten zitten. En dan blijven de niet in rekening gebrachte kosten voor het klimaat, milieu en gezondheid zelfs nog buiten beschouwing. Vrijwel niemand gelooft overigens dat Nederlanders door een vliegbelasting van 7 euro massaal de auto, bus of trein nemen. U wel?

Maar het is een stapje.

De keuze is ook wel begrijpelijk. Passagiers kunnen immers uitwijken naar vliegvelden in buurlanden België en Duitsland als vliegtickets daar goedkoper zijn. Daar schieten het milieu en klimaat niets mee op en onze economie verliest. Onze regering wil daarom Europese afspraken maken over luchtvaartbelastingen, om de klimaatdoelen te behalen op een gelijk economisch speelveld.

“Kiezen we voor milieu, klimaat en welzijn of gaan we voor economie, toerisme en geld?”

Vorige maand was er een internationale conferentie in Madurodam, waar Nederland pleitte voor een Europese vliegtaks en kerosineheffing. De wens was deze onderwerpen te agenderen en op termijn steun te verwerven. Al zeven landen hebben of krijgen een vorm van een vliegtaks: Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk, Italië, Zweden, Groot-Brittannië en Noorwegen. Hoopvol zegt onze regering dat de nationale vliegbelasting niet ingaat als het lukt voor 2021 een Europese vliegheffing te regelen.

Wat in Nederland de groei van het aantal vluchten nu wel echt remt, is dat Schiphol tegen zijn maximumcapaciteit aanloopt. Zeer opvallend is dat onze regering – ja dezelfde die een vliegbelasting gaat instellen om passagiersvliegen te ontmoedigen – nu het aantal vluchten van deze luchthaven wil uitbreiden. Voorwaarde hiervoor is dan dat de milieuschade en geluidshinder in dezelfde mate dalen. De geschiedenis leert alleen dat de gehanteerde metingen altijd worden bespeeld: ‘GeSchiphold worden’. En de economische voordelen van een capaciteitsuitbreiding zijn zeer twijfelachtig.

Staatssecretaris Snel van de nationale vliegbelasting en minister Van Nieuwenhuizen van de vliegvelduitbreiding staan symbool voor het op twee gedachten hinken van Rutte III. Kiezen we voor milieu, klimaat en welzijn of gaan we voor economie, toerisme en geld?

Dat lijkt me iets om te overdenken in uw vrije zomerweken. Maar vooral: geniet ervan! Als u door de Spaanse zon loopt, aan het Griekse strand ligt of van het Turkse eten geniet, realiseer u even:

De staat sponsort uw vliegvakantie.

«
»