Wimar Bolhuis

Econoom, wetenschapper en publicist

De ijzeren wet van beleidsbehoud: een ramp voor alle uitvoerders

Waar de mens tot het uiterste gaat voor lijfsbehoud, kunnen beleidsbedenkers ver gaan voor beleidsbehoud. Namelijk het koste wat het kost blijven doorlopen op een beleidsweg waarvan eigenlijk al bekend is dat hij doodloopt.

Vooropgesteld, goede ideeën brengen ons verder. Daarom is dit geen column tegen de bedenkers van beleid. Ik pleit hier voor extra waardering voor beleidsuitvoerders van Nederland. Voor de medewerker van de sociale dienst, de thuiszorgmedewerker, de schooldocent, de politieagent, ga zo maar door.

In de vuurlinie
Want het zijn de uitvoerders die in de vuurlinie staan als ze deze briljant bedachte en leuk geschreven beleidsnotities – die onrealistisch of onuitvoerbaar blijken te zijn – moeten uitvoeren. Zij staan oog in oog met boze burgers, zieke patiënten, passieve studenten, kritische ouders en agressieve criminelen.

Het zijn die uitvoerders van beleid die keihard afgerekend worden. Elke dag. In de praktijk. Direct door hun medemens.

Via harde kritiek die wordt gezegd, geschreeuwd of geschreven. Of door hoge werkdruk – ten koste van familie, vrienden en gezondheid. Soms verliezen ze gewoon hun werk (de beleidsbedenkers voorzagen efficiencywinst).

De voelbare frustratie van falend beleid; alleen ontvangende burgers en de uitvoerders ervaren die.

Klappen opvangen
Desalniettemin hebben de uitvoerders van beleid in de regel mindere arbeidsvoorwaarden dan de bedenkers. Lagere salarissen. Meer onzekere dienstverbanden. Onvoorspelbare werkuren. En minder maatschappelijke waardering en een lagere status.

Juist de (hoogopgeleide) bedenkers van beleid hebben een beschermde werkomgeving. Ze hebben vaker vaste contracten, betere beloningen, en vaste werkdagen van 9 tot 17 uur. Hun waardering en status is prima.

Bovendien, het zijn hun politieke bazen en bazinnen die de klappen opvangen als het fout gaat. Zelf komen ze heel weinig direct in contact met de woeste medemens.

Denk aan het falende automatiseringsbeleid bij het CBR, wat de mensen in het call center nu mogen oplossen. Denk ook aan het beleidsidee van Nationale Politie, waar de agenten nu nog steeds de scherven van aan het opruimen zijn. Of aan de bezuinigingen op onderwijs, waardoor overwerk in avonden en weekenden gaat toenemen. Denk aan hoe de jeugdzorg er nu aan toe is, nadat duizenden werknemers door nieuw beleid het veld ruimden.

Gaten dichtlopen
Wat hebben de bedenkers van deze beleidsfiasco’s hier daadwerkelijk van gemerkt in hun privé- en werksituaties? Waarschijnlijk hebben die hun schaaltje al binnen en werken inmiddels allang bij een ander departement of gemeentelijke beleidsafdeling.

Zeker in de publieke sector zijn uitvoerders te vaak én te lang bereid geweest om falende beleidsideeën te compenseren. Ze lopen de gaten dicht. Want politieagenten, verplegers en onderwijzers zijn loyaal en trouw. Aan het algemeen belang en hun medemens.

Ze hebben, wat wetenschappers de intrinsieke ‘publieke sector motivatie’ noemen: “Als ik er mee stop… wie pakt dan de dieven? Wie verzorgt dan de zieken? Wie geeft dan die les?”

Bewonderingswaardig
Daarom staken deze uitvoerders (te) weinig en accepteren ze relatief lage financiële beloningen. Dat is bewonderenswaardig. Alleen wordt beleid dat niet werk hierdoor veel te lang afgedekt.

Als de uitvoerders van de publieke sector op het Malieveld staan, betekent dit dat er al jarenlang fysieke, mentale, financiële en morele grenzen zijn overschreden. Het gaat écht niet meer. Daarom moeten – zeker beleidsbedenkers – voeling houden met de pijn van uitvoerders.

Helaas wordt echter een groot deel van de beschikbare energie en creativiteit in de politieke en ambtelijke wereld aangewend om bestaand beleid te verdedigen. Dus niet om beleid te verbeteren, door nieuwe inzichten uit de uitvoering of de wetenschap te benutten voor verandering.

Als het echt niet anders kan
Want toegeven dat het beleid niet uitpakt zoals de bedenkers hadden bedacht, is een politiek-ambtelijk teken van falen en dus slecht voor carrières en verkiezingsuitslagen. Precies daarom slepen heersende beleidsparadigma’s zo lang voort, ondanks de opeenstapeling van bewijs dat ze hun doelstellingen nooit gaan behalen (ik denk bijvoorbeeld aan de woningmarkt…).

En veranderen beleidsparadigma’s vaak pas als het echt niet meer anders kan. Als het water aan de lippen staat. Als er ‘opeens’ sprake is van een ‘crisis van ongekende omvang’ of een ‘noodsituatie’. Dan komen er noodmaatregelen – hoewel de stikstofrisico’s al tijden bekend waren.

Dat is de ijzeren wet van beleidsbehoud.

Ik gun alle uitvoerders dat zij de bedenkers hiervoor tijdig kunnen waarschuwen. En dat er geluisterd wordt. Voordat een ramp zich voltrekt.

«